De eerste vrouwelijke senator in Washington zou worden,

De burgerrechtenbeweging
was een grote strijd in Amerika.Het was een strijd voor sociale
rechtvaardigheid die vooral in de jaren vijftig en zestig plaatsvond voor
Afro-Amerikanen om gelijke rechten te krijgen onder de wet in de Verenigde
Staten. De burgeroorlog had de slavernij officieel afgeschaft, maar het hield
geen einde aan de discriminatie van zwarten,ze bleven de ernstige  gevolgen van racisme doorstaan, vooral in het
zuiden. Tegen het midden van de 20e eeuw hadden Afro-Amerikaanse bevolking meer
dan genioeg gehad. Ze mobiliseerden, samen met veel blanken, en begonnen aan
een lange strijd, een strijd voor gelijkheid die twintig jaar zal duren.

 

§ 4.1   Het geweld tegen de zwarte ras.

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

Toen Abraham Lincoln in 1863 president werd maakte hij een
einde aan slavernij in heel Amerika, er
leek een nieuwe tijd aangebroken te zijn,Een tijd waarin er vrijheid en
gelijkheid voor alle burgers in Amerika was. Al snel zou het blijken dat eeuwen
van onderdrukking van de ene bevolkingsgroep door de andere niet zomaar weg zou
gaan . Aan het einde van de negentiende eeuw leefde de meerderheid van de
Afro-Amerikaanse bevolking in de voormalige slavenstaten van het Zuiden.  

Blanke zuiderlingen waren doodsbang dat de
voormalige slaven hun land en hun huis zouden willen afpakken . Ook kreeg de
zwarte man een stereotiepe rol van verkrachter van blanke vrouwen opgedrongen.
In het Zuiden van de Verenigde Staten creërde deze gedachte daar nog meer  angst bij dat zwarte mannen wraak zouden nemen
op hun voormalige eigenaressen. 

Die angst reageerden de blanken af met bruut
geweld. Duizenden Afro-Amerikaanse mannen
werden in het Zuiden gelyncht, niet alleen door aanhangers van
de Ku Klux Klan en de White Brotherhood, maar ook door min of meer toevallige
menigten van gewone mensen. De aanleiding kon verdenking van een misdrijf zijn,
maar ook een geschil over een stuk grond, of de simpele behoefte aan een beetje
actie.

Zuidelijke gezagsdragers en politici lieten de
lynchpartijen gewoon toe, of stemden ermee in. Rebecca Latimer Felton, die in
de jaren twintig de eerste vrouwelijke senator in Washington zou worden, riep
in 1887: ”Als lynchpartijen noodzakelijk zijn om het schoonste bezit van een
vrouw te beschermen tegen de brandschattende mens-beesten, dan zeg ik: lynch zo
nodig duizend keer per week.”

Tot aan de Tweede Wereldoorlog zou
geen enkele zuidelijke politicus zijn stem tegen lynchpartijen durven
verheffen.

 

 

§ 4.2 De Jim Crow laws.

Tijdens de Reconstruction, namen de Afro-Amerikaanse deel van de bevolking
leidinggevende functies op zoals nooit tevoren. Ze zochten wettelijke
veranderingen voor gelijkheid en het recht om te stemmen. De Reconstruction of de Reconstructiewetten waren wetten
waarin werd bepaald dat de zuidelijke staten verdeeld zouden worden in vijf
bezettingszones, tot de gelijkheid van de zwarte bevolking aanvaard was. 

In 1868, de 14e Amendement  van de grondwet in Amerika gaf de
Afro-Amerikaanse bevolking gelijke bescherming onder de wet. In 1870 verleende
het 15e Amendement Afro-Amerikanen het recht om te stemmen. Toch waren veel
blanken, vooral die in het Zuiden, niet blij dat mensen die ze ooit tot slaaf
hadden gemaakt nu op een min of meer gelijk speelveld waren.

Vanaf 1887 voerden zuidelijke staten
geleidelijk een apartheidssysteem in. De Jim Crow wetten. Zwarten
konden niet dezelfde openbare voorzieningen als blanken gebruiken, in veel van
dezelfde steden wonen of naar dezelfde scholen gaan. Huwelijk tussen
verschillende rassen was illegaal en de meeste zwarten konden niet stemmen
omdat ze de kiezersgeletterdheidstests niet konden doorstaan . Iedereen zou
dezelfde openbare diensten (scholen, ziekenhuizen, gevangenissen, enz.) moeten
ontvangen, maar met afzonderlijke faciliteiten voor elke ras. In de praktijk
waren de diensten en faciliteiten die voorbehouden waren aan Afro-Amerikanen
bijna altijd van mindere kwaliteit dan die gereserveerd voor blanken; de meeste
Afrikaans-Amerikaanse scholen ontvingen bijvoorbeeld minder openbare
financiering per student dan nabijgelegen witte scholen.

 

Jim Crow-wetten werden niet aangenomen in de noordelijke
staten maar Afro-Amerikanen  ondervonden
echter nog steeds discriminatie op hun werk of wanneer ze probeerden een huis
te kopen of een opleiding te volgen.

Segregatie is nooit wettelijk verplicht gesteld in de
noordelijke staten, maar er groeide een soort systeem voor scholen, waarin
bijna alle zwarte studenten scholen bezochten die bijna helemaal zwart waren.
In het Zuiden hadden blanke scholen alleen blanke leerlingen en leraren,
terwijl gekleurde scholen alleen gekleurde leraren en gekleurde studenten
hadden.

Twee jaar later leek het hof het lot van Afro-Amerikanen
te verzegelen toen het een wet van Mississippi handhaafde die was ontworpen om
zwarte mannen de stemming te ontzeggen. Gegeven het groene licht, begonnen de
zuidelijke staten het stemrecht te beperken tot degenen die eigendom bezaten of
goed konden lezen, aan degenen wiens grootvaders hadden kunnen stemmen, aan
degenen met “goede karakters” aan degenen die poll belastingen
betaalden.

 

In 1896 had Louisiana 130.334 geregistreerde zwarte stemmers.
Acht jaar later zouden slechts 1.342,
1 procent, de nieuwe regels van de
staat kunnen doorstaan

Er waren zoveel maatregelen die blanke
zuiderlingen namen om de Afro-Amerikanen te beperken aan hun democratische
recht. Zo nam de Democratische partij, die in het Zuiden het politieke
monopolie bezat, geen donkere leden aan. Ook werd het moeilijk voor hun om zich
als kiezer te laten registreren, doordat ze een test moesten afleggen. Immers, 53 procent van de zwarten was
analfabeet. Maar veel zwarte zuiderlingen durfden zich sowieso niet te laten
inschrijven uit angst voor gewelddadige repercussies.

Jim Crow-wetten raakten elk deel van het leven. In
Zuid-Carolina konden donkere en blanke textielarbeiders niet in dezelfde kamer
werken, via dezelfde deur binnenkomen of uit hetzelfde raam kijken. Veel
industrieën zouden geen donkere aannemen: veel vakbonden hebben regels
goedgekeurd om ze uit te sluiten. In Richmond kon men niet met iemand van een
ander ras trouwen. In 1914 had Texas zes hele steden waar zwarten niet konden
leven. Afro-Amerikanen konden na 20.00 uur niet meer uit huis gaan. Borden met
de aanduiding “Alleen blanken” of “Gekleurd” hingen over
deuren, loketten en drinkfonteinen. Georgia had zwart-witte parken. Oklahoma had
blanke en gekleurde telefooncellen.

 

Ten minste zes keer gedurende bijna 60
jaar heeft het Hooggerechtshof, expliciet of met de nodige implicatie,
geoordeeld dat de “afzonderlijke maar gelijke” regel de juiste
rechtsregel was , hoewel tegen het einde van die periode begonnen ze zich te
concentreren op de vraag of de afzonderlijke faciliteiten in feite gelijk
waren.

 

§4.3 Het Noorden

Blanke
Amerikanen in het Noorden keken neer op het Zuiden. Het Noorden zag zichzelf
als de verlichte voorhoede van Amerika, het land van president
Lincoln en
de Republikeinen, dat de zuidelijke slavendrijvers op de knieën had gedwongen.
Het prees zich zelf verschoond te zijn van openlijke en gewelddadige racisme.

Toen
echter vanaf 1914 de noordelijke industriesteden een massale toestroom van
arme, zwarte voormalige slaven uit het Zuiden kregen te verwerken, liepen ook
in het Noorden spanningen op.

De Afro-Amerikaanse bevolking in het
Noorden hadden meer vrijheden, ze konden stemmen en hadden
eigen kranten. Maar de economische ongelijkheid was echter enorm. Gekleurden
woonden in aparte getto’s, gescheiden van de blanken.
Zodra er in een noordelijke stadswijk gekleurde
mensen kwamen wonen, vluchtten de blanken weg. Hele wijken verschoten van
kleur. Regelmatig braken conflicten uit tussen gekleurde en blanke
fabrieksarbeiders. Directeuren buitten de raciale verschillen uit door
gekleurden in te zetten als stakingsbrekers. Dat leverde hun de woede op van
hun blanke collega’s. Sommige vakbonden accepteerden geen gekleurde leden.

 

Intussen
stonden de eerste zwarte leiders op die hun stem durfden te verheffen. Booker
T. Washington had in 1881 in Alabama het Tuskegee Institutie opgericht, waar
zwarte jongeren een beroepsopleiding kregen. In 1901 benoemde president Theodore
Roosevelt hem
tot adviseur van rassenkwesties. Washington spoorde de gekleurde bevolking aan
zich door hard werken te emanciperen, maar hij durfde zich niet openlijk te
verzetten tegen segregatie en
discriminatie.
        
Dat kwam hem op kritiek te staan van andere
gekleurde voormannen, met name W.E.B. Du Bois. Deze voerde sinds 1905 de Niagara
Movement aan, een club gekleurde intellectuelen die alle Amerikanen bewust
wilde maken van het onrecht dat Afro-Amerikaanse bevolking werd aangedaan.

In 1909
ontstond uit deze beweging de National
Association for the Advancement of Colored
People (NAACP), nog altijd een invloedrijke club. In de jaren twintig kwam
het pan-Afrikanisme op, een stroming die Afro-Amerikanen leerde om trots te
zijn op hun etnische wortels. De belangrijkste vertegenwoordiger was Marcus
Garvey, die met zijn admiraalskostuum en nepmedailles een wat kolderieke
verschijning was. Volgens sommigen was Garvey zelf een racist; hij was
geobsedeerd door (donkere) raszuiverheid en verdedigde zelfs de Jim
Crow-wetten.

Vooralsnog lukte het de diverse gekleurde
bewegingen niet werkelijke invloed te winnen. Achtereenvolgende presidenten hadden
weinig oog voor het Afro-Amerikaanse belang, of waren ronduit voorstander van
apartheid. Dat gold zeker voor Woodrow Wilson, die in 1912 als eerste zuiderling na de Burgeroorlog tot
president werd gekozen. De man die de geschiedenis in zou gaan als de grote
idealist wiens doel was’ to
make the world safe for democracy’, voerde in alle
regeringsgebouwen strikte rassenscheiding in. Niet dat er veel zwarte
ambtenaren waren; sollicitanten moesten een portret meesturen, zodat zwarten
direct konden worden weggefilterd.

De blanke publieke opinie over zwarten werd in deze
periode in het Noorden ook negatiever. Boeken en toneelstukken van de
zuidelijke racistische auteur Thomas Dixon werden overal in Amerika razend
populair, evenals de film Birth of a Nation(1915),
waarin de Ku Klux Klan werd verheerlijkt.

De eerste president die populariteit genoot
onder zwarte Amerikanen, was Franklin D. Roosevelt. Zwarten waren dankbaar voor zijn
werkgelegenheidsprojecten in de crisisjaren, ook al profiteerden zij daar relatief weinig
van. Verder benoemde Roosevelt zwarte beleidsmedewerkers, en was zijn vrouw
Eleanor bevriend met leiders van de NAACP. Hoewel Roosevelt weinig concreets
heeft gedaan voor zwarten, gaf hij hun wel het gevoel dat ze ertoe deden.
Langzaam maar zeker begonnen meer gekleurden in opstand te komen